De Zuiderheide (7,5 km.)
De Zuiderheide, tussen Hilversum en Laren, is mijn domein. Zo'n drie keer per week maak ik een ommetje over de hei. Ik bekijk de vleermuizen in de schemer of ik zit wat te peinzen op een bankje. Bij volle maan zorgen de nevelsluiers en het geroep van uiltjes voor een spookachtig effect. Als het dan ook nog gesneeuwd heeft waan je je even in Siberië. Helaas weet ik maar weinig over de geschiedenis van het terrein, dat feitelijk een verlengstuk van mijn achtertuin is. Gelukkig heeft de Stichting Gooisch Natuurreservaat (GNR) onlangs het wandelboekje 'Goylant te voet' opnieuw uitgegeven. Twee van de dertien wandelroutes in dit boekje lopen over de Zuiderheide. Hoog tijd voor een ontdekkingstocht.
Het Gooi staat bekend als een bosrijk stukje heuvelrug, waar welgestelden in fraaie villa's wonen. Dat is niet altijd zo geweest. Tot ver in de 19e eeuw was dit gebied een ruige heidevlakte, waarop kleine boertjes met moeite hun bestaan bij elkaar scharrelden. Deze zogenaamde erfgooiers hadden sinds de middeleeuwen het gemeenschappelijk gebruiksrecht over de woeste gronden in het Gooi. Ze bedreven kleinschalige akkerbouw op de engen rondom de dorpen. Op de heide weidden ze schapen en zetten ze bijen uit voor de productie van honing en was.
Het gebruiksrecht over de grond, die oorspronkelijk eigendom was van de abdij van Elten, werd door vererving in mannelijke lijn geregeld. In de 19e eeuw, na opheffing van de Eltense abdij, werd het eigendomsrecht over het gebied verdeeld onder de erfgooiers en de staat. De erfgooiers moesten over hun deel van het bezit belasting gaan betalen. Voor de erfgooiers die geen gebruik maakten van de grond, en er dus geen opbrengsten van hadden, was dit een goede reden om op verkoop van de grond aan te dringen.
In de Erfgooierswet van 1912 werden de belangen van de gebruikers bekrachtigd. Ook werd in dat jaar de Vereniging van Stad en Lande van Gooiland opgericht, waarin de erfgooiers zich organiseerden. In de crisisjaren verkochten ze een groot deel van hun bezittingen aan het in 1932 opgerichte GNR, waarna het snel afgelopen was met het agrarisch gebruik van de grond.
Het eigenlijke startpunt van deze rondwandeling ligt bij het St. Janskerkhof in Laren. Omdat ik te voet ben besluit ik om iets dichter bij huis te beginnen. Achter het padvindershonk aan de Orionlaan scheert de route langs de bebouwde kom van Hilversum. Het eerste deel van de tocht loopt door jong bosgebied, tussen eiken, berken grove dennen. In de verte hoor ik het gemiauw van een buizerd, maar het wordt al gauw overstemd door een studentenmeisje dat in een mobieltje loopt te brullen.
Inderdaad: het is druk op de hei. Het prachtige nazomerweer heeft de mensen massaal naar buiten gelokt en ik houd geregeld de pas in om een groepje al te luidruchtige recreanten te laten passeren. Aan mijn linkerhand kan ik op de hei een aantal grafheuvels zien liggen. Hier begroeven de eerste bewoners van het Gooi hun doden, zo'n 4500 jaar geleden. Tegenwoordig worden ze (de heuvels, niet de doden) gebruikt voor het oplaten van vliegers of, in de winter, om sleetje te rijden.
Ik steek de heide dwars over en beland bij de afrastering van het Laarder Wasmeer. De heidevennen in dit gebied zijn ontstaan door de vorming van ondoorlatende laagjes grond. In het verleden werden ze gebruikt om het vee in te wassen, vandaar de naam. Tegenwoordig vormt het wasmeer een uniek natuurgebied met een rijk vogelleven. Helaas is de bodem van de vennen ernstig vervuild door de lozing van industrieel afvalwater uit Hilversum. Over de sanering van de bodem is 25 jaar gesoebat, tot de meertjes afgelopen zomer droogvielen. Er ontstonden scheuren in de bodem, waardoor verontreiniging van het grondwater dreigde. Binnen twee dagen werd de sanering beklonken, en op het ogenblik zijn de werkzaamheden in volle gang.
Een paar honderd meter verder bereik ik de zandverstuiving. Afgelopen voorjaar heeft hier een paartje ransuilen gebroed. Ik scharrel wat rond onder een boom en vind wat ik zoek: een aantal mooie braakballen. Ik pluis er twee uit en vind enkel miniscule botjes. Pas bij de derde bal heb ik geluk en vind ik het onderkaakje van een bosmuis.
De zandverstuiving die grenst aan de Zuiderheide is een paar jaar geleden door het GNR vergroot in de hoop dat het zand hier opnieuw gaat verwaaien. Hierdoor krijgen planten die van nature op zandige bodem groeien een nieuwe kans. Op een uitloper van de verstuiving tref ik een troep Schotse hooglandrunderen. Ze liggen wat te suffen in de schaduw van een boomgroep. Eentje ligt dwars over het pad. Haar horens zien er vervaarlijk scherp uit, maar als ik passeer slaakt ze alleen een diepe zucht. Weer zo'n wandelaar, hoor je haar denken.
De koeien liggen er overigens niet voor de sier; ze zijn hier hard aan het werk. Na het verdwijnen van de laatste schapen, in 1962, groeide de heide in hoog tempo dicht met jonge boompjes. Tot overmaat van ramp is, door de grote hoeveelheid meststoffen in het regenwater, een flink deel van de heide inmiddels vergrast. Om het karakter van de heide te behouden laat GNR er dan ook runderen op grazen.
Bij de omheining van het begrazingsgebied loopt de tocht door een stuk verboste heide. Op een open plek in het bos staat een joekel van een jeneverbesstruik. De struik is hier gegroeid toen de heide nog open was. Verderop in het bos moeten nog een paar jeneverbessen staan; dit is de enige plek in het Gooi waar ze voorkomen. Even verderop volgt de tocht een reeks spannende slingerpaadjes over flauwe hellingen. De gids meldt dat aan het bodemreliëf te zien is dat hier vroeger een zandverstuiving was. Ik neem het ter kennisgeving aan. Door al het gepraat over stuifzand en jeneverbessen heb ik een reuze dorst gekregen. In de verte lonkt Theehuis Het Bluk. Niet veel later zit ik achter een zachtbedauwd glas Gulpener pils.
Na een goed half uur hervat ik de wandeling, die hier midden over de heide loopt. De route kruist de Oude Postweg, een handelsweg die in het verleden de steden Amsterdam, Amersfoort, Zutphen en Bremen met elkaar verbond. De heide is vrijwel uitgebloeid. Tussen de pollen groeien bremstruiken en krentenboompjes, die prachtig rood verkleuren. Na een knik in het pad verheft zich aan weerszijden een helling. Hier ligt een zandgroeve, die tot in de jaren zestig in gebruik was. Toen de zandwinning was gestaakt werden de hellingen met grove en Corsicaanse dennen beplant. De dennen, inmiddels volgroeid, geven een vervreemdend effect, vooral wanneer het heeft gesneeuwd.
Achterin de zanderij staat, door bomen half aan het zicht onttrokken, een bijenschans. Het is een kopie van de schansen die in het verleden overal op de heide te vinden waren. In de bomen fladderen koolmezen, die duikvluchten maken tussen de korven en de bijen oppeuzelen. De eigenlijke route loopt hier op z'n eind, en na een flauwe klim bereik ik het St. Janskerkhof. Op deze plek, met 23,7 meter de hoogste in de omgeving, werd rond 1100 de eerste christelijke kerk op de Gooise zandgronden gesticht. Inmiddels bestaat de kerk niet meer. Het kerkhof vormt echter nog altijd het knooppunt van een eeuwenoud net van doodwegen, waarlangs in het verleden de doden naar de begraafplaats werden gebracht.
Omdat ik het eerste deel van de route heb overgeslagen moet ik nog een eindje lopen. Bij paal nummer 1 ga ik het bos weer in. Aan mijn linkerhand groeien lariksen en scheldt een grote bonte specht. Aan de rechterkant ligt een soort ravijn: een diepe leemkuil. Hier werd leem gewonnen voor de versteviging van stalvloeren en -muren, en later ook voor de aanleg van wegen en fietspaden. Bij de parkeerplaats van het St. Janskerkhof, aan het begin van de route, is te zien hoe zo'n met leem verharde weg eruit ziet. Tegenwoordig worden de fietspaden op de heide verhard met schelpen. Eigenlijk is dat heel spijtig, omdat door het gebruik van schelpen kalkminnende planten op de heide terechtkomen, die daar niet thuishoren.
Na nog een aantal bochtige bospaadjes bereik ik het begin- en eindpunt van mijn tocht. Het is half zeven. Even sta ik in dubio. Zal ik naar huis gaan, of blijf ik nog even hier? De Zuiderheide ligt er verlaten bij: de dagjesmensen zijn naar huis voor de warme prak en Studio Sport. Ik vis een lauw pilsje uit mijn rugzak en kuier op mijn gemak naar een bankje midden op de hei. Mijn hei.
MA
|
|
I n f o r m a t i e
Wat en waar?
De beschreven route is een rondwandeling van 7,5 kilometer over de Zuiderheide tussen Hilversum en Laren. Het begin- en eindpunt van de route ligt bij het St. Janskerkhof aan de Hilversumseweg in Laren. Hier vind je ook het Geologisch Museum Hofland, met een permanente tentoonstelling van gesteenten en informatie over het ontstaan van het Gooi. De tentoonstelling is erg geschikt voor kinderen.
Voor de informatie in deze routebeschrijving heb ik overigens dankbaar geput uit de sites van IVN Gooi en Omstreken en het GNR.
Vervoer
Vanaf station Hilversum bus 137 (richting Huizen) nemen, uitstappen bij halte St. Janskerkhof. De route begint op het paadje parallel aan de parkeerplaats van het kerkhof.
Route
De route staat beschreven in het magnifieke gidsje "Goylant te voet". Dit boekje is, behalve bij het GNR, te koop bij diverse Gooise boekhandels en bij de betere wandelboekhandel. Wie zich dit gidsje (€ 7,90) niet kan veroorloven kan de genummerde betonnen paaltjes met rode pijlen volgen.
Kaarten
Gebruik het bijgevoegde routekaartje in combinatie met de topografische kaart van Nederland, 1:50 000 blad 32W of 1:25 000 blad 32 A. De kaart in het gidsje "Goylant te voet" is overigens uitstekend.
Horeca
Op deze wandeling passeer je maar liefst twee maal Theehuis Het Bluk, waar ze gelukkig ook iets sterkers dan thee serveren. Aan het begin- en eindpunt van de route vind je aan de overkant van de Hilversumseweg het V&D zelfbedieningsrestaurant La Place. Mijn stamcafé zal het nooit worden, maar als je valt op dames met streepjestruien, bootschoenen en parelcolliers moet je er beslist eens gaan kijken.
|
|