Texel: Retour ’t Horntje (ca. 15 km.)
Voor de Zondagsnomaden is Texel een bijzondere plek. Ondanks de relatief lange treintijd komen we er tenminste drie keer per jaar. En dat terwijl er zoveel meer is te zien in Nederland. Het Balgzand? De duinen bij Den Helder? Het moet er prachtig zijn, maar zodra we in de buurt van Texel zijn is er geen houden meer aan. We moeten oversteken.
Een wandeling door het duingebied van Texel begint eigenlijk op de boot. In twintig minuten vaart Texels Eigen Stoomboot Onderneming - Teso dus - ons over het Marsdiep naar ‘t Horntje. We zijn dan te vinden aan de voorzijde van het schip, alwaar we kijken of er nog wat rondvliegt of -zwemt. In de zomer concentreren we ons daarbij meestal op de sterns, maar in de winter hebben we ook wel eens een kuifduiker of een kleine alk gezien vanaf de boot, en dat zijn bepaald geen alledaagse vogels.
Als we het eiland tegemoet varen, krijgen we al snel een schitterende kloof in het vizier: de Mokbaai. En daar begint het echte wandelwerk. Waar de meeste wandelaars op de boot voorsorteren aan de rechterzijde (daar is de fietsverhuur, de bushalte en de parkeerplaats), kiezen wij voor de uitgang links. Als we voet aan land zetten, staan we direct oog in oog met de restauratie. Ons advies voor mensen met een zwakke maag: laat maar zitten, al kun je je aan een voorverpakte reep chocola of een blikje bier natuurlijk geen buil vallen.
Voor de restauratie slaan we linksaf de dijk op. Op het uitkijkpunt hebben we prima zicht op de Mokbaai, het Marsdiep en de kazerne. Bij Nationaal Park de Duinen van Texel zijn ze trots op de baai, en terecht. Als we de mooiste plek van Nederland zouden kiezen, kwam de ‘Mok’ op zijn minst op de shortlist.
De geschiedenis van deze prachtige geul is interessant. Ooit - zo rond 1200 - stroomde het Marsdiep direct onder Den Hoorn. Gaandeweg ontstonden er zandbanken (vloedhaken, zoals we nu de Razende Bol kennen) onder Den Hoorn. Het duin dat ten noordwesten van de Mokbaai ligt, is zo’n vloedhaak geweest.
Weinig mensen die over de dijken van de Mokbaai lopen zullen beseffen dat ze uitkijken over wat eens een belangrijke vaarroute was: het Spanjaardgat. Deze route lag ten westen van de hierboven genoemde vloedhaken, maar werd in de achttiende eeuw moeilijk bevaarbaar, toen de Hors tegen Texel aangroeide. Wat er overbleef was de geul die we vandaag kennen als de Mokbaai. Deze deed na de teloorgang van het Spanjaardgat nog jaren dienst als haven voor koopvaardijschepen. Toen de haven in de negentiende eeuw begon te verlanden, werden er stuifdijken geplaatst om dit tegen te gaan.
We lopen over de dijk aan de kant van het oude Texel richting de kom van de baai. Af en toe moeten we een hekje over, omdat hier wel eens vee staat. Vanaf de dijk hebben we ook mooi zicht op vogelreservaat De Petten. Daar broeden in de zomer onder meer visdiefjes.
De baai herbergt erg veel vogels. Altijd zijn er tureluurs, goudplevieren en wulpen. In de winter kom je er brilduikers en pijlstaarten tegen, en in de zomer rennen er tapuiten door de groeven die het getij heeft achtergelaten. Roofvogels? We hebben er buizerds en torenvalken gezien, en in de kom treffen we bijna altijd een blauwe kiekendief. Het is zelfs foerageergebied van het veel zeldzamere mannetje (geweest). De laatste keer dat we het eiland bezochten, was er echter een vrouwtje aan het jagen. In de zomer kom je hier ook volop bruine kiekendieven tegen.
We lopen met de kom mee naar de andere zijde van de baai. In verband met de lichtval kunnen we hier beter vogelen, al hebben wij ook prachtige waarnemingen aan de andere zijde gedaan. Aan de rechterzijde van de baai vinden we De Geul. Staatsbosbeheer heeft er een terras aangelegd, zodat iedereen die dat wil in de zomer een glimp kan opvangen van de lepelaarkolonie die daar al jaren broedt.
De Geul lopen we voorbij tot aan het verharde pad rechts. Daar lopen we in richting de Horspolders. De omvang van de Hors is voor een groot deel te danken aan de zandbank Onrust, die ontstond nadat het Spanjaardgat verzandde. Het duurde bijna 200 jaar voor Onrust in de jaren tien van de vorige eeuw met Texel verheelde. Daardoor ontstonden nieuwe duinvalleien: de Geul is geboren in 1927, terwijl de Horsmeertjes in 1953 (Oost) en 1964 (West) ontstonden.
We slaan niet meteen rechtsaf, maar lopen door tot we naast het oostelijk gelegen Horsmeertje staan. Omdat de waterkant tamelijk dik begroeid is, is het hier minder eenvoudig vogelen. Maar in de winter hoor je er duizenden smientjes fluiten. Wij slaan rechtsaf en nemen het pad dat over de duintop omhoog gaat. We zijn in roerdompenland. Een fraai meer met uitgestrekt riet, omringd door een pad, maar met voldoende buffer, zodat de geheimzinnige reiger onopgemerkt kan blijven. We hebben een keertje gemazzeld op deze plaats, toen een roerdomp opvloog uit de rietkraag om elders zijn maal bijeen te zoeken. We hebben er een pilsje op gedronken.
We lopen langs het Westelijke Horsmeertje over een onregelmatig wandelpad, en komen uit bij de nieuwste duinvallei van Texel: de Kreeftepolder. Dit gebied is ‘ingepolderd’ door Rijkswaterstaat, toen deze het laatste deel van de duinenrij heeft gedicht.
Als we de Kreeftepolder achter ons laten, lopen we het strand op. Deze zandvlakte heet nog steeds De Hors, terwijl de zuidkant nog steeds Onrust heet. In dit gebied is goed te zien hoe duinen zich vormen. Liefhebbers - en dat zijn we - slaan daarom voor het leuke even linksaf om de enorme vlakte te aanschouwen. Het ligt overigens in de lijn der verwachting dat die vlakte nog groter wordt: de nu nog losliggende zandplaat de Razende Bol zal zich rond 2030 bij de Hors en de Onrust aansluiten.
In het voorjaar en de zomer zijn delen van de Hors afgesloten. Wandelaars die het per se willen, moeten zich wel bewust zijn van de reden: er broeden dwergsterns. De kleinste stern van ons land is tevens de zeldzaamste, en broedt in pioniergebieden à la de Hors. Op Texel zijn jaarlijks ongeveer honderd broedpaartjes te vinden, goed voor meer dan twintig procent van de hele populatie.
Na een kwartiertje lopen, maken we weer rechtsomkeert en lopen we noordwaarts over het strand. Langs de kuststrook zijn rechts de schitterende jonge duinen van Texel te zien, terwijl in het water links vaak eiders en zwarte zeeëenden dobberen.
We lopen over het strand totdat we bij Strandpaviljoen Paal Negen komen. Het is er doorgaans druk, maar de mensen achter de bar weten ons eigenlijk altijd snel van bier en bittergarnituur te voorzien. Met uitzicht op de Noordzee is het er gewoon goed toeven.
Na de pauze hervatten we onze tocht. We lopen terug via de Geul. We lopen achter de plaats van de lepelaarkolonie langs. De route is omringd door bomen en struiken, waarop we af en toe Judasoor ontdekken. Deze weg is overigens tijdens het broedseizoen afgesloten om verstoring te voorkomen. Wij zijn in de zomer eens langs de Moksloot teruggelopen naar de Mokbaai.
Het laatste deel van de wandeling gaat over dezelfde route als het eerste stuk: aan de Texelse kant van de baai. We moeten een beetje doorlopen om op tijd te zijn voor de boot, maar zijn er op de valreep getuige van hoe het fantastische stuk wad een van zijn geheimen prijsgeeft: in de avondschemering zeilt er een velduil langs. Zo’n gebied vraagt dus om een nieuw bezoek. En nog eens. En nog eens.
Thijs
|
|
I n f o r m a t i e
Wat en waar?
De wandeling is zo’n vijftien kilometer lang en begint en eindigt in de haven van ‘t Horntje. De route loopt langs de Mokbaai, door de Horspolders, over de Hors en door de Geul. De zuidkant van Texel is redelijk rustig, al zijn er natuurlijk altijd wel mensen op de been. Wie het gebied geheel voor zichzelf wil hebben, kan het beste op een regenachtige dinsdagmorgen op pad.
Vervoer
Vanaf station Den Helder pakken we de bus naar de veerhaven. De boot vaart in twintig minuten naar Texel. Omdat het een rondwandeling is, gaat de terugweg precies andersom.
Route
Volg de Mokbaai tot voorbij de Geul. Daar kun je rechtsaf richting de Horsmeertjes. Sla rechtsaf richting het Westelijke Horsmeertje. Via de Kreeftepolder ga je het strand op. Om een goed beeld te krijgen van de woestenij, is het leuk om even een kwartiertje niet naar rechts, maar naar links te gaan. Maak daarna rechtsomkeert en ga bij Paal Negen het strand weer af. Steek de parkeerplaats over naar de duiningang rechts in de hoek. Neem voor de Geulroute de daarvoor aangeduide ingang en volg het pad. Tijdens het broedseizoen is dit pad dicht, en ligt er naast de afrastering een alternatief, je komt dan via de Moksloot weer bij de Mokbaai uit. Wij lopen dan meestal weer over de dijk van de Mokbaai terug, maar mensen die geen doublures in hun route willen, kunnen ook de parallelweg onder de dijk nemen. Dat kost nauwelijks extra tijd, maar je komt er wel fieters en automobilisten tegen.
Kaarten
Gebruik het bijgevoegde routekaartje in combinatie met de topografische kaart van Nederland, 1:50 000 blad 9W of 1:25 000 blad 9 B.
Leesvoer
Er is erg veel over Texel geschreven. Het boek van Jac. P. Thijsse geldt als een absolute klassieker, en vogelaars varen eveneens wel bij de Ecologische Atlas van de Wadvogels van Schuyt & Co. Verder is de Wadden, Gids voor Liefhebbers van Toon Fey en de Waddenvereniging een leuk hebbeding. De website www.texel.nl is ook zeer informatief, net als www.waddenzee.nl.
Horeca
Dat is in dit deel van Texel magertjes. De snackbar bij de Teso-haven krijgt van ons op een goede dag een vijf. Strandpaviljoen Paal Negen is beslist een goede plaats om even uit te rusten. Het is er alleen wel een beetje druk. Wie elders wat wil eten en drinken, kan in het nabijgelegen Den Hoorn terecht. Dat dorp vind je vrij eenvoudig: gewoon een kwestie van naar het witte kerkje lopen.
|
|