Oosthuizen - Oudendijk (15 km.)
Het loopt al tegen vieren als we elkaar op het Centraal Station ontmoeten. Op het feestje van gisteravond zijn we wat lichtzinnig met de drank omgesprongen. Eerder vandaag hebben we gebeld om elkaar verslag uit te brengen van onze respectievelijke katers, en om te beslissen of we wel of niet op pad gaan. Ondanks de regen heeft het vooruitzicht van een herfstwandeling in Noord-Holland het gewonnen van een middag in bed, en niet veel later zitten we in de bus naar Oosthuizen.
Tijdens de rit door Waterland en de Zeevang worden de regenbuien afgewisseld door wolkbreuken. Als we in Oosthuizen uit de bus stappen (kroeg dicht) staan we gedurende dertig seconden besluiteloos bij de halte. Maar we zijn nu toch al hier. We pakken de spullen extra droog in en steken de weg over.
Onze wandeling begint aan de overkant van de Beemsterringvaart. We passeren een hek en lopen de eerste kilometers over een graspad op de kruin van de ringdijk. In het gras liggen de eerste herfstbladeren en afgewaaide takken. Hier en daar grazen schapen. Om de paar honderd meter moeten we over een hek klimmen. De hekken zijn voorzien van trappetjes. Aan onze rechterhand liggen de Beetserboezemlanden: een stuk rietland waarin zich (naar verluidt) roerdompen ophouden.
Vlak voor Beets moeten we het pad even verlaten: we kruisen de A7. Aan de andere zijde van het viaduct klimmen we weer op de dijk en hebben we een mooi uitzicht over de Beemster. Deze polder, die in 1612 werd drooggelegd, is eind 1999 door UNESCO op de werelderfgoedlijst geplaatst. Volgens het toen geldende ideaal werd de polder in vierkante kavels ingedeeld. De kavels zijn 1850 bij 1850 meter groot: een half uur gaans. Het aldus ontstane patroon van ruiten werd vijfentwintig graden gekanteld om de wegen zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de bestaande wegen in het oude land.
Afgezien van het (verre) geraas van de A7 ligt Beets rustig aan de Purmerringvaart. Het is een mooi dorp, vooral in de herfst. Helaas grijpt ook hier de "witte schimmel" om zich heen: achter de oude kern staat een nieuwbouwwijkje in lelijke witte baksteen. Verder is langs de Beemsterringvaart van gemeentewege een beschoeiïng van groen plastic aangebracht. Dat had smaakvoller gekund, vinden we.
Het graspad over de dijk gaat over in een smalle asfaltweg. Aan onze linkerkant ligt Kruisoord, een beetje een buitenbeentje in dit strak verkavelde landschap. Kruisoord was oorspronkelijk een stuk buitendijks land dat hoorde bij de polder Beetskoog. Bij de inpoldering van de Beemster is het ongemoeid gelaten, en het ligt nog altijd drie meter hoger dan het omringende land.
We lopen over de ringdijk in noordelijke richting. Om de paar honderd meter is een door een kunstenaar een molenwiek in de grond geplant. Op de plek van de wieken hebben vroeger molens gestaan. Op een informatiepaneel is aangegeven waar de molens stonden. Het waren er oorspronkelijk 52; in 1885 werden ze vervangen door gemalen.
Langs de dijk staat ook het voormalige polderhuis: een enorm wit pand. Vroeger zetelde hier het Waterschap. Tegenwoordig woont er een bemiddelde familie. Niet veel verderop staat een voormalig stoomgemaal. In het gemaal is een doe-het-zelfzaak gevestigd. Op de één of andere manier vind je op dit soort locaties buitengewoon veel doe-het-zelfzaken. Vermoedelijk heeft het iets te maken met de grote hoeveelheid bemiddelde families in enorme witte panden.
We naderen Oudendijk. Aan de overkant van de ringvaart begint de bebouwing: oude huizen en nu en dan een gedrocht in witte baksteen. We zijn geen van beiden ooit in Oudendijk geweest. Tot dusverre hebben we het alleen zien liggen als we er op de A7 voorbij scheurden. Een groot onrecht: Oudendijk is niet alleen een prachtig dorp, het beschikt ook over café Les Deux Ponts, de natte droom van elke dorstige wandelaar. We hangen onze natte plunje in het halletje te drogen en bestellen een Westmalle Tripel met een tosti. De kroegbaas zit bij de kachel en leest de krant. Op de TV in de hoek worden de Olympische Spelen samengevat: een successie van juichende zwemmers in snelle pakken.
Als we weer buiten staan is het zowaar droog. We schieten wat foto's op de twee bruggen waaraan de kroeg zijn naam ontleent. Het is volkomen windstil, de vaarten zijn spiegelglad. We lopen langs het waterstaatskerkje in de richting van het IJsselmeer. Over de vaart liggen betonnen bruggetjes die nergens heen gaan. Sommige ervan zijn wegens slecht onderhoud afgesloten. Boven het weiland aan de overkant bidt een torenvalk.
We kruisen snel na elkaar de A7, de N247 (in de volksmond de "ouwe E10") en de spoorlijn. Het schemert, en als we na nog een kilometer op de IJsselmeerdijk staan is het donker. Dat is een tegenvaller: we hadden gehoopt om de eerste overwinterende eenden te kunnen bekijken. Toch te lang in de kroeg gezeten. We passeren de banpaal bij de sluis van Schardam, een sierlijke grenspaal met een eenhoorn erop. Deze paal (uit 1761) diende om aan te geven waarde jurisdictie van de stad Hoorn ophield. Wie uit de stad verbannen was mocht de paal niet passeren. We nemen een modderig paadje over de IJsselmeerdijk. In de brede strook buitendijks land liggen een jachthaven en een camping. Als het licht is moet je hier duizenden vogels kunnen zien.
In het vale licht van een rij lantaarnpalen bereiken we Etersheim, een gehucht op een binnendijk. Om de ligging van deze dijk is in de vijftiende eeuw een oorlog uitgevochten tussen Ghysbrecht van Vianen, toen de heer van Etersheim, en heren van Edam. Naar men zegt lag het dorp in het verleden meer naar het oosten. In het IJsselmeer zouden nog oude resten liggen die te zien zijn bij volle maan. Meer oudewijvenkletskoek: in de jaren zeventig en tachtig was in het kerkje van Etersheim de Nederlandse afdeling van de satanskerk - een veredeld bordeel - gevestigd. Vanwege de bouwvalligheid van het kerkje hebben de duivelaanbidders de wijk genomen naar de Amsterdamse Wallen. Niet veel later werd hun onderneming opgedoekt wegens belastingfraude.
Tegenwoordig ligt het dorpje er vredig bij: aan de ene kant van de weg wat boerderijen, aan de andere kant een rij knotwilgjes en de Zeevang. In Oosthuizen hebben we nog een half uur voor de bus naar Amsterdam vertrekt. We bestellen een patatje en een paar blikjes bier in de snackbar. Haast geen levende ziel gezien vandaag.
|