De F-side van groen Nederland
De Millingerwaard en de Ooijpolder (15 km.)
Er is storm voorspeld. En het stormt. Op het busstation van Nijmegen worden we bijna van de sokken geblazen. Hier en daar waaien stukken van bomen voorbij. Wachtende reizigers amuseren zich door tegen de wind in te leunen. De bus komt niks te vroeg. We verschansen ons op de achterbank en zeilen langs de Ubbergse heuvelrug. In de Ooijpolder bivakkeren grote troepen ganzen. We spotten zowaar een paar kleine rietganzen.

We stappen uit in Millingen en lopen naar de rivierdijk. Het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer is nog gesloten. We trotseren de keiharde tegenwind en lopen westwaarts langs de Waal. Aan de overkant liggen de bunkers van de Pannerdense Kop half verscholen tussen het groen. In de weilanden langs de Millinger Bandijk schuilen troepen grauwe- en kolganzen. Boven de dijk speelt een roek met de stormvlagen.

Door de harde wind is het vrijwel onmogelijk om de kijkers vast te houden. De meegebrachte telescoop komt niet eens uit de tas. Langs de dijk liggen her en der plassen en wilgenbosjes die er veelbelovend uitzien, maar het waterwild houdt zich verscholen. Bij Kekerdom slaat de honger toe, maar het dorp lijkt verlaten.

In de Millingerwaard wordt nieuwe natuur ontwikkeld. Halverwege de jaren tachtig presenteerde een aantal enthousiaste natuurbeschermers het Plan Ooievaar, een concept voor een natuurvriendelijke toekomst van het Nederlandse rivierengebied. De Gelderse Poort, het gebied waar de Rijn Nederland binnenstroomt, is één van de drie voornaamste knooppunten in dit plan. Het is de bedoeling dat de natuur in de uiterwaarden haar gang kan gaan. De landbouw wordt binnendijks geconcentreerd.

Inmiddels zijn de eerste resultaten van het plan te zien. Rondom de kleiputten, die door afgraving voor de baksteenindustrie zijn onstaan, keren de ooibossen - de oorspronkelijke begroeiïng van de rivieroevers - terug. In de Millingerwaard stuift het rivierzand op tot duinen van wel tien meter hoog. De reeën zijn er uit zichzelf teruggekeerd en er schijnen bevers te huizen.

Nog maar dertig jaar geleden had Rijkswaterstaat serieuze plannen voor een Waalbochtverlegging, dwars door de Millingerwaard. Het tracé van de afgesneden rivierbocht was ten zuiden van het dorp Ooij gepland, waardoor het dorp op een eiland zou komen te liggen en het natuurgebied Oude Waal in zijn geheel zou verdwijnen. Na acht jaar van felle protesten werd het plan afgeblazen.

We lopen door dichte en vervaarlijk krakende ooibossen in de richting van de Waal. Een bordje maant de automobilist: "Pas op! Dieren beschadigen auto's!" Ja, mag het een keer? Even verderop moet een observatiehut liggen. Halverwege komen we een boswachter tegen die ons waarschuwt voor vallend hout. We beloven hem dat we goed zullen oppassen en keren al na vijfhonderd meter terug omdat de takken ons om de oren vliegen.

Nee, dan de uiterwaarden! We passeren een steenfabriek en hebben de wind ineens weer volop tegen. Intussen is het alleen maar harder gaan waaien. Het is interessant om de natuurontwikkeling eens van dichtbij mee te maken. Door de zware zuidwester worden we gedurig gezandstraald en al gauw ontstaan er heuse rivierduinen in onze rugzakken, jaszakken en ooghoeken. Rondom ons vliegen ontwortelde struiken. Kleine kiezeltjes slaan pitten in ons gezicht.

Ook de rivier laat zich niet onbetuigd: door de schuimkoppen op het water ziet de Waal er meer uit als het IJsselmeer op een woelige dag. Het lijkt of de rivier van west naar oost stroomt. Af en toe draaien we ons om en genieten van de Ruysdael-luchten met bijbehorend licht. Bij de Kaliwaal blijkt pas goed hoe de storm om zich heen grijpt: hier en daar liggen omgewaaide bomen, een fruitboompje is finaal in tweeën gespleten en een weggevlogen wasmolen buitelt door een tuin. Als door een wonder heeft het de hele dag nog niet geregend.

Vanaf de dijk hebben we een mooi uitzicht over de troepen ganzen die aan weerszijden in de weilanden staan. We onderscheiden kolganzen, grauwe ganzen en kleine rietganzen. Boven een boomgaard probeert een torenvalk te bidden, maar door de stormvlagen wordt hij uit koers geblazen. Omdat we trek hebben in een uitsmijter lopen we naar het dorpje Leuth, anderhalve kilometer ten zuiden van de dijk. Ook hier heeft de storm huisgehouden: in de tuinen liggen halve boomkruinen.

We hebben geluk: in Leuth is het café geopend. En ze hebben nog uitsmijters ook. De radio staat aan; de barman draait het volume op voor het journaal. Ontwortelde bomen, uitgevallen treinen, weggewaaide caravans: het hele land is in rep en roer. Het KNMI raadt de mensen aan om binnenshuis te blijven. De mannen aan de stamtafel hebben pret. Ze bellen naar huis om te zeggen dat het laat wordt.

We slaan de raadgevingen van het KNMI in de wind en gaan weer op pad. Langs boomgaarden en binnendijkjes trekken we richting Erlecom. Omstreeks 1400 stroomde de Waal nog door dit gebied. De poeltjes langs de weg zijn er een overblijfsel van. In de vijftiende en zestiende eeuw verlegde de rivier haar loop naar het noorden, waardoor de Erlecomse Polder is ontstaan. Bij een steenfabriek bereiken we de Erlecomse Dam, de tegenwoordige Waaldijk. Door een dijkdoorbraak op deze plek kwam in 1926 het gebied tussen Millingen en Nijmegen onder water te staan. Hier in Erlecom stond het water vijf meter hoog.

Langs de Waal slaat de storm ons weer met volle kracht in het gezicht. Op het water ploegt een aak zich naar het westen, tegen de hoge golven in. De schuimkoppen slaan tegen de boeg als bij een schip op volle zee. We springen op en neer en zwaaien naar de schipper. We zingen er een voetballiedje bij. Het bier doet zijn werk. Daarnaast worden we door de wind bijna van de dijk geblazen. We moeten oppassen dat we niet voor een passerende auto waaien.

En dan is er toch nog regen. Bij Ooij, een kilometer voor ons einddoel, barst ineens een plensbui los. Het kan ons weinig meer schelen. Na een klein kwartier strompelen we binnen in café Oortjeshekken en niet veel later zitten we achter een glas abdijbier. Er is geen water: een omgewaaide boom heeft de leiding stukgetrokken. De barmensen lopen met emmertjes op en neer naar de tegenovergelegen Bisonbaai om tenminste de toiletten te kunnen doorspoelen.

De radio doet het nog. Volgens de nieuwsdienst rijden er nergens meer treinen. De barman weet te melden dat de busdienst naar Nijmegen is stilgelegd. We proberen een taxi te krijgen, maar ook de taxi's hebben er de brui aan gegeven. Tegen beter weten in besluiten we naar het dorp te lopen. We keren al na tweehonderd meter terug. Doorweekt tot op het bot. We hebben geluk: er is nog een kamer over in Oortjeshekken. We hoeven niet eens de volle prijs te betalen.

's Avonds, als de wind een beetje is gaan liggen, lopen we nog een eindje langs de dijk. We leunen tegen een monument en drinken een biertje. In de bomen langs de bisonbaai horen we een steenuiltje. We gaan naar binnen en praten wat met twee vriendelijke dames uit Amsterdam. De televisie staat aan. Op het journaal worden beelden getoond van een sporthal in Nijmegen, waar gestrande treinreizigers zijn opgevangen. Ze zitten wat verloren op hun veldbedden, met een paardendeken en een bekertje koffie. We staren peinzend naar onze smeulende sigaren. Ik sta op en bestel bij de bar een laatste beugeltje Grolsch. Wat een rotleven hebben we toch.

MA

 
Ruysdael-luchten in de Millingerwaard

I n f o r m a t i e

Wat en waar?

Deze route is ongeveer 15 kilometer lang en begint bij het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer aan de Rijndijk in Millingen a/d Rijn. Het eindpunt ligt bij café Oortjeshekken. Van daar is het nog een kwartier lopen (of een half uur waggelen) naar Ooij. De route voert door de Millingerwaard, de Erlecomse Polder en over de Waaldijk langs de Ooijpolder.

Vervoer

Heen: vanaf station Nijmegen bus 80, uitstappen in Millingen, halte gezondheidscentrum. Van daar is het drie minuten lopen naar de Rijndijk.

Terug: loop van Oortjeshekken naar Ooij (16 minuten). Neem vanaf halte De Sprong bus 80 naar Nijmegen. Als het niet te hard waait, tenminste.

Route

Volg in Millingen de Rijndijk, na ongeveer een kilometer LA, Millinger Bandijk. Ter hoogte van Kekerdom RA door de ooibossen (Kekerdomsche Waard) richting Waal. Na steenfabriek LA door de uiterwaarden, bij Kaliwaal LA tot dijk, daar RA. Na 1 km. LA, na 400 m. opnieuw LA richting Leuth. In Leuth RA, Steenheuvelsestraat. Na 1 km. op t-splitsing RA, na 200 m. bij vork LA richting Erlecom. Doorlopen tot rivierdijk. Daar LA, en doorlopen tot café Oortjeshekken (na 2,5 km.)

Kaarten

Gebruik het bijgevoegde routekaartje in combinatie met de topografische kaart van Nederland, 1:50 000, blad 40 West of 1:25 000 blad 40 D.

Leesvoer

Voor dit artikel hebben we geput uit het prachtige boek De Ooij, uitgeverij Bandijk Boeken, Nijmegen, 1993, ISBN 90 7053 662 5. Helaas is het vermoedelijk alleen nog antiquarisch te krijgen.

Horeca

In Millingen aan de Rijn (onder meer bij het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer, met uitzicht op de rivier). In Kekerdom bij wilderniscafé De Waard van Kekerdom. In Leuth bij Café Tontje en Café-Restaurant De Rosmolen.

Aan de Waaldijk bij Ooij bevindt zich het beroemde huiscamercafé annex hotel Oortjeshekken. We maken niet graag reclame, maar een wandeling door deze streek zonder een bezoek aan Oortjeshekken is niet compleet. Verder kunnen we directie en personeel van Oortjeshekken niet genoeg bedanken voor hun gastvrijheid tijdens de storm van 27 oktober 2002.