De F-side van groen Nederland
Doorn: De Kaapse Bossen (5 km.)
Het is Herfst. Het motregent al de hele dag, maar op het moment dat we op station Driebergen-Zeist in de bus stappen breekt de pleuris pas echt goed uit. Het giet, en voor het eerst in een paar maanden zijn de ramen van de bus beslagen. Geen perfect weer voor een najaarswandeling. Aan beide zijden van de weg staan landhuizen en landgoederen. Het merendeel is in gebruik als onderkomen voor dure bedrijven en stichtingen. Bij één oprijlaan tellen we zeven naamborden van evangelische organisaties. Veel bejaardenhuizen ook, trouwens.

We stappen uit in Doorn, tussen een prijzig conferentiecentrum en een restaurant. Aan de overkant van de weg ligt het parkeerterrein van de Kaapse Bossen, natuurmonument sinds 1953. Op de parkeerplaats vinden we de gebruikelijke informatieborden; in waterdichte kastjes zitten folders over het gebied. Bij diverse auto's staan ouders hun kinderen in regenjassen en rubber laarsjes te wurmen. We zetten de sokken er dus stevig in.

Nederland gaat op een wonderlijke wijze om met zijn gebrek aan reliëf. Een heuveltje hoeft in dit land maar vijftien meter boven het maaiveld uit te steken om "De Hooge Berg" te heten. Naast vrijwel iedere molshoop vind je uitspanningen met namen als "Mont Blanc" of "Klein Zwitserland". Op eendere wijze zijn, althans volgens de routebeschrijving van Natuurmonumenten, de Kaapse Bossen aan hun naam gekomen. Dit gebied kwam rond 1750 in bezit van de familie Swellengrebel, die afkomstig was uit de Kaapkolonie in Zuid-Afrika. Naar men zegt deden de bossen ze erg aan de Kaapstreek denken, vandaar de naam.

We doen ons uiterste best, maar op deze druilerige zondagmiddag zien we alleen de Utrechtse Heuvelrug in de regen. Toch blijkt al snel dat het slechte weer ook zijn voordelen heeft. We komen de eerste kilometer slechts sporadisch mensen tegen. De grootte van de parkeerplaats suggereert dat het allemaal veel erger kan. We volgen een pad dat evenwijdig ligt aan de Sandenburgerlaan. Na vierhonderd meter buigt het pad af. Aan onze linkerzijde staan voornamelijk jonge bomen: veel eiken en berken. De productiebossen - de rechtlijnige aanplant die kenmerkend is voor een groot deel van de Nederlandse bossen - worden hier geleidelijk weggehaald. Natuurmonumenten probeert een natuurlijk bos met louter inheemse boomsoorten te creëren, en zo te zien slaagt die opzet aardig. Tussen de boompjes staan heidestruiken en enorme hoeveelheden paddestoelen. Het loof kleurt al gelig, de spinnewebben in de regen maken het najaarstafereel compleet.

Rechts van het pad treffen we het zogenaamde hakhout aan: eiken waarvan de stammen om de zoveel tijd gekapt werden om hout en looizuur te verkrijgen. Hakhout is te herkennen door de dikke vertakte stronken aan de onderzijde van de stam. Iedere keer dat een stammetje gekapt werd groeide uit de stronk een nieuwe stam. Hier en daar liggen omgevallen bomen. Natuurmonumenten laat ze liggen om insecten en zwammen aan te trekken.

Aan het einde van het pad staat de Kaap, een houten uitkijktoren die in 1991 door Natuurmonumenten is neergezet. De oorspronkelijke uitkijktoren - van ijzer - werd hier neergezet door de familie Van der Lee, die de bossen uitbaatte als recreatiegebied. De nieuwe toren is, getuige het informatiebord, geheel opgetrokken uit hout uit de Kaapse Bossen. Het hout is, om het milieu te sparen, niet gelakt. Het ontwerp van de toren is zo gemaakt dat eventuele rottende stammen vervangen kunnen worden zonder de rest van de constructie te hoeven slopen. Op het moment dat we onder de toren staan gaat de gietregen over in een heuse wolkbreuk. Van alle kanten komen mensen uit het bos om onder de toren te schuilen. We besluiten om ondanks het beestenweer een kijkje te nemen op de top. Op heldere dagen moet je vanaf de top een prachtig uitzicht hebben over de Utrechtse Heuvelrug en de verre omtrek. Vandaag zien we alleen de boomtoppen in de directe omgeving en regen, regen, regen. We staan snel weer beneden.

Onderaan de toren wordt het gestaag drukker. We trotseren het weer en lopen verder. Rondom de toren strekken lange lanen, voormalige kerkpaden, zich uit als tunnels van bomen. Aan het einde gloort wat vaal licht. We nemen een bospad in westelijke richting. Naast de hoeveelheid paddestoelen valt ook de verscheidenheid op. We hebben helaas geen paddestoelengids bij ons. In plaats daarvan krijgen we trek in pasta al funghi. Het bos is hier prachtig: chaotisch loofwoud, helaas akelig zeldzaam in dit land. Tussen de bomen zien we een zwerfsteen op een betonnen sokkel. In de sokkel staat, nauwelijks leesbaar, "De Doornsche Kei". Nog een relikwie uit de tijd van de familie Van der Lee.

Langs op- en neergaande bospaden bereiken we theeschenkerij Helenaheuvel, een in zuivere pannekoehuisstijl opgetrokken uitspanning. Op de begane grond is een feest aan de gang. Via een tent worden we naar de bovenverdieping gedirigeerd. Van het uitzicht over de heide is niet veel te zien door de condens op de ramen. Wel knettert in de hoek een gezellig haardvuur. Maar goed ook, want het duurt een eeuwigheid voor we kunnen bestellen. We hebben dus alle tijd om het plafond te bestuderen, waarop in blauw en wit een sterrenhemel is geschilderd.

Nadat de inwendige mens is gesterkt met Grolsch en Irish coffee zetten we aan voor de laatste etappe. We kiezen een strategisch moment, precies tussen twee gezinnen met brullende kinderen in. Langs de rand van het heitje bij de theeschenkerij komen we weer in de bossen terecht, waar we het gezin voor ons alsnog inhalen. Gelukkig moet er net een capuchonnetje rechtgetrokken worden, zodat we vlug een voorsprong hebben opgebouwd. Op de lanen die we kruisen ligt een dik tapijt van herfstbladeren. Langs smalle paadjes bereiken we een bospad dat evenwijdig aan de provinciale weg ligt. Door de bomen is het geruis van de auto's alweer te horen. Op de parkeerplaats bekijken we nog even de paddestoelen die, bij gebrek aan bezoekers, alle tijd hebben om zich te ontwikkelen. Tweehonderd meter verder pakken we de bus. Op het station van Driebergen breekt de zon door.

 
Een spinneweb in de Kaapse Bossen

I n f o r m a t i e

Wat en waar?

De Kaapse Bossen is de verzamelnaam voor een reeks terreinen die sinds 1953 in bezit van de vereniging Natuurmonumenten is gekomen. De bossen liggen op de Utrechtse Heuvelrug, in de omgeving van Doorn. De totale oppervlakte van de Kaapse Bossen bedraagt 423 hectare. Het gebied bestaat uit verschillende soorten loofbos.

De familie Van der Lee, die de bossen sinds 1850 in bezit had, heeft in het bos diverse attracties laten bouwen. Vanaf de uitkijktoren moet het uitzicht over de Utrechtse Heuvelrug prachtig zijn. (We hebben daar zelf niet echt van kunnen genieten vanwege het rotweer.) Verder kun je je vergapen aan de Doornse Kei (een kleinere uitgave van de Amersfoortse Kei, denken we).

Vervoer

Bus 82 (Amersfoort-Doorn), halte Maarten Maartenshuis (Ingang bij theeschenkerij Helenaheuvel) of bus 50 (Utrecht-Arnhem) vanaf station Driebergen-Zeist, halte Sandenburgerlaan.

Route

In de Kaapse Bossen kun je kiezen uit drie gemarkeerde wandelroutes. Een alternatieve route kan door leden van Natuurmonumenten worden gedownload op www.natuurmonumenten.nl.

Horeca

Bij de halte van lijn 50 ligt restaurant "Het Wapen van Sandenburg". In de bossen zelf ligt theeschenkerij Helenaheuvel. Maak je niet ongerust, ze schenken ook iets sterkers.