De F-side van groen Nederland
Ginkelse Heide en Renkum (18 km.)
We zijn vroeg wakker vandaag, en als om dat te vieren wordt het bos verlicht door een mooie herfstzon. We hebben de nacht doorgebracht in natuurvriendenhuis De Bosbeek bij Bennekom, en onze tocht begint - na het obligate stofzuigcorvee - daar voor de deur. We volgen het fietspad langs de Bosbeekweg in noordelijke richting. We hebben de ochtend bijna voor ons alleen: op de Bosbeekweg treffen we enkel drie dames te paard.

Aan onze linkerkant ligt gemengd loof- en naaldbos. Aan de rechterkant liggen akkers en weilanden in het bos. Na anderhalve kilometer kruisen we de spoorlijn en vervolgens de A12. Direct na de A12 zien we rechts van ons, door een rijtje berken heen, de glooiende vlakte van de Ginkelsche Heide. We lopen aan de rand van De Sysselt, een groot, heuvelig dennenbos dat in bezit is van het Geldersch Landschap. Tussen de dennen staan groepen berken en eiken in herfsttooi. De zon op de kruinen kleurt ze verbijsterend oranje en rood.

We slaan rechtsaf, de Ginkelsche Heide op. In 1944 werden hier duizenden parachutisten gedropt tijdens operatie Market Garden. Nog steeds wordt, iedere zoveel jaar, de luchtlanding op de heide herdacht met parachutesprongen, waarbij de veteranen zich weinig aantrekken van de bordjes met "vrije wandeling op wegen en paden". Waarom zouden ze ook? Ze hebben ons per slot van rekening bevrijd. Tegenwoordig is de heide, getuige de borden die hier en daar zijn geplant, in gebruik als modelvliegveld.

Als we midden op de heide staan verdwijnt plotseling de zon, en vanuit het westen zien we een knoert van een bui naderen. Er volgt geen verdere waarschuwing: de sluizen gaan in één keer open. Er valt weinig tegen te doen, de dichtstbijzijnde bosrand ligt een kilometer verderop. Tien minuten lang krijgen we de volle laag: regensluiers, hagelstenen en ijsregen die venijnig in ons gezicht priemt. We lachen er maar om. Dan, even plotseling als het begon, houdt het op te regenen. Twee minuten later zijn ook de wolken verdwenen en zet de zon de bosrand in brand.

We vervolgen onze weg over de heide. In het zand zien we sporen van reeën en nog een paar andere sporen die we niet kunnen thuisbrengen. Rupsbanden? Een paar honderd meter verder blijkt dat we gelijk hebben: Dit stuk van de heide wordt gebruikt als militair oefenterrein. We denken hier even over na. Is het niet vreemd dat ons leger nog altijd oefent in de bossen en op de heide? Een eventuele vijand hoeft niet lang te zoeken: brand een stukje bos (ter grootte van een krant) plat en van tegenstand is geen sprake meer. Zelf voelen we meer voor een stadsguerillatactiek: stel een paar Amsterdamse straatschoffies op, lok die hufters de Bijlmer in et voilà.

Langs de rand van De Sysselt lopen we terug naar het zuiden. Door de bomen vangen we nog af en toe een glimp op van de heide. Rechts van ons lopen lange lanen het bos in, bedekt door een tapijt van herfstbladeren. We kruisen de A12 en de spoorlijn in omgekeerde richting en slaan op een splitisng rechtsaf. Het pad leidt langs een groot stuk akkerland dat midden in het bos ligt. Een kilometer verderop vinden we de Panoramahoeve, een hoeve met weinig panorama, maar uitstekende pannekoeken en koud bier.

We negeren een bordje met "Verboden Toegang" en lopen over een bospad, langs verscholen bungalows, terug in de richting van het natuurvriendenhuis. Voor het natuurvriendenhuis slaan we rechtsaf en gaan we over het verlengde van de Bosbeekweg richting Renkum. Op een informatiepaneel staat dat zich in het bos oude grafheuvels bevinden. We laten die voor wat ze zijn en kruisen bij Huize Quadenoord de Molenbeek, die van hier naar de Rijn stroomt. De loop van de beek vormt een langgerekte open plek in het bos. Op de weiden langs de beek grazen paarden en pinken. Het pad, dat aan de bosrand loopt, is modderig. Zo nu en dan zakken we weg in de prut.

Over een pad door het weiland bereiken we de overkant van de beek. Drie pinken en een jonge stier komen een kijkje nemen bij het prikkeldraad. We willen een foto nemen, maar de beesten begrijpen het concept niet helemaal en snuffelen aan de camera. Aan de overkant van de beek lopen we verder naar het zuiden. Na tweehonderd meter kruisen we een verkeersweg, maar aan de overkant zijn we snel weer ingesloten door het naaldbos. Een kilometer verderop kruisen we opnieuw een verkeersweg. Over het fietspad aan de overkant lopen we honderd meter lang evenwijdig aan de weg. Op de parkeerplaats van een restaurant staan wat oude legervoertuigen geparkeerd. Mannen in dump-uniformen klimmen achterin een drietonner. Ze zingen er ook nog bij: "Hee bussjeffeur, we gaan je bussie slope".

Na een paar verwarrende minuten, waarin we stuiten op een aantal paden en kruisingen dat niet op de kaart staat, komen we uit bij het Oranje Nassau-oord, een sanatorium. We zakken af naar Renkum, in de hoop wat vogels te zien in de uiterwaarden. In Renkum blijkt dat dat tegenvalt: in de uiterwaarden staat een fabriekscomplex van een kilometer lang. De dorst wint het van de nieuwsgierigheid, dus lopen we terug het dorp in.

Aan het begin van de twintigste eeuw was Renkum de bakermat van de Renkumse School. Schilders als Hendrik van Ingen en Theophile de Bock kwamen hierheen om het ongerepte landschap vast te leggen. Tegenwoordig is er voor een kunstenaar weinig te doen in Renkum. Misschien kan hij zich er verhangen. Zich doodzuipen zal in elk geval niet gaan. Op het eerste gezicht bestaat Renkum uit de genoemde fabriek en een uitgestorven koopgoot-zonder-charme. Een café is nergens te vinden. We besluiten ondanks het vroege uur een hapje te gaan eten bij de Chinees - die hebben ze wel, sterker: ze hebben er twee.

Als we na één rijsttafel, veel bier en twee uur weer buiten staan is het donker. We verlaten het dorp in noordelijke richting en zwalken giechelend over de bospaadjes. Na anderhalve kilometer komen we op bekend terrein: het pad langs de Molenbeek waar we vanmiddag al liepen. Het is stikdonker en we zijn niet helemaal helder meer. We zakken dan ook iets vaker weg in de modder. Op een driesprong bij een open plek staan we lang stil en luisteren naar het geruis van het bos. We halen diep adem en zetten aan voor de laatste kilometer naar De Bosbeek. Gelukkig zitten er nog een paar biertjes in de rugzak.

 
De Ginkelse Heide

I n f o r m a t i e

Wat en waar?

De gelopen route begint en eindigt bij natuurvriendenhuis De Bosbeek. Informatie over de Bosbeek kun je vinden op de site van het NIVON. In de omgeving liggen diverse uitgestrekte bos- en heidegebieden. In het bos rondom De Bosbeek liggen grafheuvels van het klokbekervolk.

In het natuurvriendenhuis is museum "Tute Natura" gevestigd. Het museum bezit een bescheiden collectie archeologische vondsten. In de tentoonstelling wordt een beeld gegeven van de natuur en de geschiedenis van de omgeving. Leuk voor de kinderen.

Vervoer

Het openbaar vervoer in de omgeving van het natuurvriendenhuis is bedroevend. Het huis is in theorie bereikbaar met behulp van taxi's en treintaxi's vanaf station Ede-Wageningen, maar omdat de wegen in de omgeving onverhard zijn is dit sterk afhankelijk van het humeur van de chauffeur. Een optie is lopen vanaf het station (plm. 5 kilometer). Een andere optie is om de route te beginnen in Renkum (bereikbaar met Connexxion lijn 86 vanuit Ede of Arnhem).

Route

De route is merendeels onverhard. Op bepaalde plekken is het pad slecht begaanbaar. Dat wordt ruimschoots goedgemaakt door het landschap, dat bij vlagen adembenemend is. De Ginkelsche Heide en het stuk langs de Molenbeek zijn bijzonder fotogeniek. Wie iets van de uiterwaarden wil zien (en op zoek is naar een goed café) doet er verstandig aan om, in plaats van naar Renkum, naar Wageningen te lopen.

Kaart

De 1:50.000 kaart blad 39 Oost van de Topografische Dienst voldoet.

Horeca

In het natuurvriendenhuis (alleen koffie en thee!), in de Panoramahoeve en in Renkum - al moet je de café's daar met een lantaarntje zoeken. Wie op de Ginkelsche Heide overvallen wordt door een regenbui zal trek krijgen in een stevige borrel. Neem voor de zekerheid een platvink mee.